“Mijn naam is Joris Barnier, 38 jaar en samen met mijn vrouw Linda heb ik twee kinderen, Wendy en Jonas. In het dagelijks leven werk ik als docent wiskunde en techniek en brugklascoach op het Sint Joris-college, maar dit jaar ben ik ook Grote Prins van Rommelgat.
Ik ben geboren in Veldhoven en op mijn studententijd in Tilburg na heb ik daar ook altijd gewoond. Ik vind dit een hele kleinschalige, gemoedelijke plek met alles bij de hand en vrienden en familie in de buurt. Ik heb er ook mooie herinneringen, zoals de tijd als korfballer bij SDO, het op stap gaan met livemuziek en de gezelligheid in Zeelst. Als het maar met genoeg leuke mensen is, dan vind ik het goed.
Ik studeerde in eerste instantie bedrijfskunde, maar kwam er al snel achter dat dat het niet voor me was. In die tijd deed ik vrijwilligerswerk bij Odeon en daar ontdekte ik dat ik het heel leuk vond om met jongeren te werken. Vandaar dat ik een overstap heb gemaakt naar de lerarenopleiding wiskunde en later, toen ik al even als docent werkte, deed ik deze ook voor techniek. Nu werk ik alweer zeventien jaar op het Sint Joris-college en dat bevalt me heel goed.
In mijn vrije tijd speel ik de grote trom bij de Fîstkapel en ben ik voorzitter van CV de Paplepel. Gezelligheid en carnaval zijn dus hobby’s van mij. Dat ik nu Grote Prins ben is echter aan mijn dochter te danken. Zij zag de advertentie voor Jeugdprinses voorbijkomen en wilde dit graag doen. Zo is zij Jeugdprinses Wendy d’n Urste geworden. De advertentie bleef daarna steeds in mijn hoofd zitten, waardoor ik besloot om in gesprek te gaan met de commissie. Daar kreeg ik meteen enthousiaste reacties op, ook omdat ik het dan samen met mijn dochter kon doen. Ik heb bij wat vrienden gepolst of zij mijn gevolg wilden worden en toen dat het geval bleek en ik wat gesprekken met Prins Es had over wat ik kon verwachten, besloot ik dat ik het wel zag zitten en werd ik ZDH Grote Prins van Rommelgat Joris d’n Opschepper.
Ook al had ik mezelf voorbereid, ik wist natuurlijk niet precies wat ik kon verwachten van de evenementen waar ik bij zou zijn, zoals een bal, maar ik heb vorig jaar al twee weken van de carnaval als Grote Prins mee mogen maken en toen al nieuwe mensen leren kennen. Nu weet ik wat de bedoeling is en dat is heel leuk. Verschillende mensen van jong tot oud ontmoeten en hun verhalen aanhoren is heel fijn. Ik geniet er ook van dat we dit met het hele gezin doen, met Linda als een van mijn hofdames en Jonas als adjudant van Wendy. We doen het samen en maken het als gezin mee. Dat is super.
De officiële carnavalsdagen zijn het enige wat ik vorig jaar heb kunnen meemaken, dus ik geniet van alles wat er nu omheen komt en ik hoop ook dat de optocht dit jaar door mag gaan. Vorig jaar was ons motto ‘Fisten doede nie alleen!’, omdat ik het heel belangrijk vind dat iedereen met elkaar een feestje kan vieren, wie of wat je ook bent. Het maakt allemaal niet uit, zeker niet met de carnaval. Dit keer is het thema ‘We doen d’r nog inne!’. Ik merk nu al dat dat betekent dat ik bij ieder vertrek nog een laatste drankje hoor te doen, dus ik ben benieuwd hoe dat wordt, maar we gaan er in ieder geval weer een mooi feest van maken.”
